« naar overzicht

Hoe voorkom ik een tekort in de schadeuitkering

16 mei 2017 Schiijnveilig door onderverzekering of rectificatie bij taxatie

Iedereen, die zich verzekerd, wil goed verzekerd zijn. Vroeger lag deze verantwoordelijkheid vooral bij de verzekerde zelf, echter de afgelopen jaren is deze verantwoordelijkheid steeds meer en meer verschoven richting het intermediair.

Het intermediair wil graag aan de wens van de klant voldoen en aan zijn zorgplicht. Daarom wordt steeds vaker gekozen voor een inboedelpolis en opstalpolis met een extra zekerheid dat na schade de volledige schade vergoedt zal worden. Bijvoorbeeld een verzekeringspolis met een indexering en/of overdekking, met een garantie tegen onderverzekering of met een vaste taxatie.

Echter de positieve kanten van deze polissen kunnen een gevoel van schijnveiligheid geven. Het is belangrijk om ook te weten wat de nadelen en alternatieven zijn.

Open Polis

Een polis zonder enige bescherming van de verzekerde som is de zogenaamde “open polis”. Zelf of in overleg met een tussenpersoon bepaal je de waarde van je inboedel of je opstal. Dit bedrag komt op de polis als de verzekerde som.

Op het moment van schade wordt beoordeeld of deze verzekerde som voldoende is. Als de verzekerde som goed of te hoog is dan krijg je de schade 100 % uitgekeerd. Is het te laag verzekerd dan wordt de onderverzekeringsbreuk op de schade-uitkering toegepast.

Voorbeeld: Een woning is verzekerd voor € 400.000,-. Door een brand wordt de zolderverdieping getroffen en de schade wordt bepaald op € 125.000,-. De waarde van het pand is hoger en had voor € 500.000,- verzekerd moeten zijn. Er is dus sprake van een onderverzekering. De onderverzekeringsbreuk is € 400.000,- / € 500.000,- = 0,8. De uitkering zal als volgt worden berekend: € 125.000,- x 80% = € 100.000,-. Verzekerde krijgt hierdoor € 25.000,- minder uitgekeerd.

CBS-Indexering

Naast de kans op een onderverzekering is er nog een tweede bedreiging bij een open polis. Ook al is de verzekerde som na het afsluiten van de polis voldoende. Na verloop van tijd zal stijging van bouwkosten en inflatie zorgen dat het bedrag op de polis te laag is. Na enkele jaren raakt je vanzelf onderverzekerd.

Om dat te voorkomen hebben verzekeraars samen met het CBS een index ontwikkeld. Deze CBS-index corrigeert de verzekerde som voor bouwkosten en inflatie in de tijd. Echter ook deze index geeft géén volledige zekerheid.

Naast het feit dat het een index is over een verzekerde som die zelf bepaald en dus mogelijk te laag, vangt het niet de stijgingen op in de loop van de tijd door bijvoorbeeld gezinsuitbreiding of een stijgend salaris, waardoor men luxere en/of meer inboedel aanschaft.

Overdekking

Om toch meer zekerheid te krijgen kan gekozen worden voor een overdekkingsclausule. Deze overdekking kan bijvoorbeeld 20 of 25% van de verzekerde som extra bedragen. Dit vangt geleidelijke uitbreiding van de inboedel op.

Echter ook deze overdekking blijkt in de praktijk, zeker na meerdere jaren, niet voldoende te zijn.

Garantie tegen onderverzekering

Bij het systeem van de overdekking is er in principe een hogere verzekerde som dan waarvoor premie word betaald. Verzekeraars willen natuurlijk genoeg premie ontvangen en daarom hebben zij de inboedelwaardemeter ontwikkeld. Op basis van onderzoek is een systeem ontwikkeld, waar de gemiddelde verzekerde som en daarbij behorende premie vastgesteld wordt. dit systeem bestaat voor inboedels en voor woonhuizen.

Aangezien het een gemiddelde is kunnen bestaan er dus ook bovengemiddelde afwijkingen. Dat wordt voorkomen door verzekeraars door het aanbieden van een garantie tegen onderverzekering na het juist invullen van een waardemeter

Voorbeeld: na het invullen van de inboedelmeter is de verzekerde som vastgesteld op € 56.000,-. Er ontstaat een schade van € 25.000,-. Bij controle blijkt het verzekerde bedrag (vanuit de inboedelwaardemeter) te laag. Het had € 70.000,- moeten zijn. Zonder een garantie tegen onderverzekering zou dit betekenen dat er maar 80% (€ 20.000,00) uitgekeerd zou worden, maar door de garantie tegen onderverzekering wordt het gehele schadebedrag (€ 25.000,-) betaald.

Ook dit is niet waterdicht. Op het moment dat de schade hoger is dan de verzekerde som ontstaat er alsnog een probleem. ER geldt geen onderverzekeringsbreuk maar wel een maximering tot het verzekerde bedrag Stel dat de gehele inboedel verbrandt en de schade wordt getaxeerd op € 70.000,00 dan wordt er maximaal 56.000,- uitgekeerd en ontstaat er alsnog een gat van € 14.000,00.

Taxatie

Deze methode is eveneens niet sluitend. Vaak wordt daarom verwezen naar een polis op basis van een vaste taxatie. De herbouwwaarde van een gebouw wordt dan ingeschat door een taxateur.

Helaas is ook dit niet het ei van Columbus. Sterker nog een vaste taxatie heeft wel de naam dat het de ultieme zekerheid geeft maar dat is heel gevaarlijk om te denken.Verzekerden denken namelijk dat ze met een vaste taxatie zo goed zijn verzekerd dat altijd alles wordt uitgekeerd. Dat is onjuist.

Geen onderverzekering maar wel rectificatie

Met een vaste taxatie is er geen onderverzekering mogelijk. Een schade wordt vastgesteld door de Waarde voor de schade met de Waarde na de schade te vergelijken. Het verschil is de schade. Bij een getaxeerde polis wordt ook beoordeeld of de getaxeerde waarde juist is. Deze getaxeerde waarde is altijd de vooraf afgesproken Waarde voor de schade.

Als deze getaxeerde waarde voor niet klopt dan wordt niet deze waarde voor of de schade-uitkering gecorrigeerd maar wel de waarde na de schade aangepast naar verhouding van het te hoog of te laag getaxeerde bedrag.

Voorbeeld: Stel een zakelijk gebouw is getaxeerd op € 360.000,00. De polis bevat een index en de waarde op de polis is op het moment van schade € 400.000,00. Na een grote brandschade is het gebouw fors beschadigd. De schade-experts bepalen de werkelijke herbouwwaarde op € 500.000,00 berekend. En de schade aan het gebouw € 200.000,00. De verzekeringsmaatschappij beroept zich niet op onderverzekering maar wel op rectificatiebepaling.

Dit gaat met de volgende formule: taxatiebedrag : werkelijke waarde x Waarde na = gerectificeerde Waarde Na. In dit voorbeeld is de aangepast waarde na (€ 400.000,00 : € 500.000,00) x €300.000,- = € 240.000,00.
De schade-uitkering wordt dan € 400.000,00 – € 240.000,00 = € 160.000,00. Er wordt dus 40.000,- minder schade uitgekeerd.

De minste kans op een te lage uitkering

De meest solide oplossing op dit moment, die steeds vaker wordt toegepast, is de garantie tegen onderverzekering, zonder maximering.

Kortom: Stel je bent verzekerd voor € 500.000,00, de schade blijkt € 600.000,00 te zijn, dan wordt ook daadwerkelijk het schadebedrag uitgekeerd Dit zonder enige maximering, verrekening of ander voorbehoud.

  • Deel dit artikel:
  • Linkedin
  • Twitter
  • Facebook
  • googleplus